zondag 18 maart 2018

20180318 - griepprik

vrijdag, 16. maart 2018 

Griepprik heeft 49 procent van griepgevallen in Europa voorkomen


De BiltDe griepprik van het griepseizoen 2017-2018 heeft tot nu toe ongeveer 49% van de griepgevallen bij gevaccineerde mensen in Europa voorkomen. Het B/Yamagata-griepvirus veroorzaakt dit griepseizoen de meeste infecties in Nederland, maar was niet opgenomen in de griepprik. Ook blijkt dat het andere B-griepvirus (van de Victoria-lijn), dat wel is opgenomen in de griepprik, toch voor gedeeltelijke bescherming heeft gezorgd. Dat is de conclusie van tussentijdse onderzoeksresultaten van het Europese I-MOVE-project naar effectiviteit van de griepprik. In dit project werken verschillende instituten in Europa samen, waaronder het RIVM en het NIVEL. De eerste Nederlandse schattingen geven een effectiviteit van 45% aan.

Europees project effectiviteit griepprik

Binnen verschillende Europese landen worden gegevens van patiënten met griepachtige klachten verzameld. Het RIVM en NIVEL zijn Nederlandse deelnemer aan het Europese I-MOVE project. Deze Europese aanpak levert grotere aantallen patiënten op dan alleen vanuit Nederland. Hiermee kan de effectiviteit van de griepprik nauwkeuriger worden geschat.

Onderzoeksgegevens

Het RIVM en het NIVEL hebben gegevens aangeleverd van patiënten die bij de huisarts zijn geweest en van patiënten die zijn opgenomen in het ziekenhuis met griepachtige klachten. Bij deze patiënten is onderzocht of de infectie werd veroorzaakt door het griepvirus. In de analyse wordt de vaccinatiegraad bij patiënten die geen infectie met een griepvirus bleken te hebben vergeleken met de vaccinatiegraad bij patiënten die wel een infectie met het griepvirus bleken te hebben.

Onderzoeksresultaten

Uit de analyse blijkt dat de vaccin-effectiviteit tegen het B/Yamagata-griepvirus in Europa tot nu toe 49% was bij mensen die de huisarts bezochten met griepachtige klachten. Het is opvallend dat de effectiviteit zo hoog is, aangezien het virus niet is opgenomen in de meest gebruikte trivalente griepprik. De resultaten laten zien dat het andere B-virus (van de Victoria-lijn), dat wel is opgenomen in de griepprik, toch voor gedeeltelijke bescherming heeft gezorgd. Bij ouderen is de effectiviteit van de griepprik wat lager, namelijk 34% vaccin-effectiviteit tegen B-griepvirussen (Yamagata-lijn en Victoria-lijn samen genomen) bij patiënten van 65 jaar en ouder, die in het ziekenhuis zijn opgenomen. Aan het einde van het griepseizoen worden alle analyses opnieuw uitgevoerd, wanneer er meer gegevens beschikbaar zijn.
Griepseizoen 2017/2018 in Nederland
De griepepidemie in Nederland duurt nu al 13 weken. De epidemie wordt gedomineerd door het B/Yamagata-griepvirus. Gemiddeld duurden griepepidemieën de afgelopen 20 jaar negen weken, waarmee deze epidemie langer duurt dan gemiddeld. Voor Nederland is ook de voorlopige vaccin-effectiviteit berekend voor mensen die de huisarts bezochten met griepachtige klachten. Hieruit blijkt dat in Nederland de effectiviteit 45% is, wat overeenkomt met de Europese schatting. De nauwkeurigheid is echter minder, omdat het aantal deelnemers veel kleiner is dan in de Europese studie. De Nederlandse schattingen worden ook aan het eind van het seizoen herhaald als er meer gegevens beschikbaar zijn. In Nederland zijn er te weinig gegevens beschikbaar om een schatting te maken voor patiënten die in het ziekenhuis zijn opgenomen.
De afgelopen weken was de sterfte bij mensen in de leeftijdsgroep 75 jaar en ouder verhoogd, ten opzichte van de sterfte die in deze tijd van het jaar wordt verwacht (sterftedata ontvangen van het CBS). Griep is één van de mogelijke oorzaken van oversterfte, maar er zijn meer factoren, zoals de recente koude periode, die hieraan bij kunnen dragen.

 http://www.blikopnieuws.nl/gezondheid/262261/griepprik-heeft-49-procent-van-griepgevallen-in-europa-voorkomen.html

20180318 - Ken Follett - Century

Century Trilogy



Fall of Giants

Ken’s magnificent historical epic begins with Fall of Giants, where five interrelated families move through the momentous dramas of the First World War, the Russian Revolution, and the struggle for women’s suffrage.
A thirteen-year-old Welsh boy enters a man’s world in the mining pits. . . . An American law student rejected in love finds a surprising new career in Woodrow Wilson’s White House. . . . A housekeeper for the aristocratic Fitzherberts takes a fateful step above her station, while Lady Maud Fitzherbert herself crosses deep into forbidden territory when she falls in love with a German spy. . . . And two orphaned Russian brothers embark on radically different paths when their plan to emigrate to America falls afoul of war, conscription, and revolution.
From the dirt and danger of a coal mine to the glittering chandeliers of a palace, from the corridors of power to the bedrooms of the mighty, Fall of Giants takes us into the inextricably entangled fates of five families—and into a century that we thought we knew, but that now will never seem the same again. . . .

Winter of the World

Winter of the World follows the five interrelated families through a time of enormous social, political, and economic turmoil, beginning with the rise of the Third Reich, through the great dramas of World War II, and into the beginning of the long Cold War.
Carla von Ulrich, born of German and English parents, finds her life engulfed by the Nazi tide until daring to commit a deed of great courage and heartbreak . . . . American brothers Woody and Chuck Dewar, each with a secret, take separate paths to momentous events, one in Washington, the other in the bloody jungles of the Pacific . . . . English student Lloyd Williams discovers in the crucible of the Spanish Civil War that he must fight Communism just as hard as Fascism . . . . Daisy Peshkov, a driven social climber, cares only for popularity and the fast set until war transforms her life, while her cousin Volodya carves out a position in Soviet intelligence that will affect not only this war but also the war to come.

Edge of Eternity

The saga continues in the third novel, Edge of Eternity, when the five families come to one of the most tumultuous eras of all: the 1960s through the 1980s, from civil rights, assassinations, mass political movements, and Vietnam to the Berlin Wall, the Cuban Missile Crisis, presidential impeachment, revolution—and rock and roll.
East German teacher Rebecca Hoffmann discovers she’s been spied on by the Stasi for years and commits an impulsive act that will affect her family for the rest of their lives. . . . George Jakes, the child of a mixed-race couple, bypasses a corporate law career to join Robert F. Kennedy’s Justice Department and finds himself in the middle of not only the seminal events of the civil rights battle but a much more personal battle of his own. . . . Cameron Dewar, the grandson of a senator, jumps at the chance to do some official and unofficial espionage for a cause he believes in, only to discover that the world is a much more dangerous place than he’d imagined. . . . Dimka Dvorkin, a young aide to Nikita Khrushchev, becomes an agent both for good and for ill as the United States and the Soviet Union race to the brink of nuclear war, while his twin sister, Tanya, carves out a role that will take her from Moscow to Cuba to Prague to Warsaw—and into history.

 http://ken-follett.com/bibliography/century/

zaterdag 17 maart 2018

20180317 - Ali Smith - Autumn

Autumn by Ali Smith review – a beautiful, transient symphony

Set just after the EU referendum, the first post-Brexit novel is a poignant and subtle exploration of the way we experience time
Ali Smith’s latest novel is billed as the first in a four-part series, Seasonal, with each novel to be named, as the title suggests, after a season: Smith seeks thus to explore “what time is, how we experience it”. This question – of the nature of time itself, and the nature of our experience of time – is ancient and baroque. We conduct our lives with reference to an agreed symbolical system, clock time, and yet there is also the wholly subjective experience of time – which the philosopher Henri Bergson called la durée or duration. As in: time flies when you’re having fun.
It is impossible to know precisely how other people experience time. Despite this indeterminacy, novelists convey invented characters through linear time and even seek to imagine their “duration” as well. The enterprise is very strange and, as Thomas Mann wrote in The Magic Mountain, “it is clear that time, while the medium of the narrative, can also become its subject. Therefore, if it is too much to say that one can tell a tale of time, it is none the less true that a desire to tell a tale about time is not such an absurd idea.” Smith has written and published very quickly – making Autumn the first “post-Brexit novel” – and the galloping style and speed of composition fit with the central theme.
Smith’s most recent novel, the critically acclaimed and 2015 Baileys prize-winning How to Be Both, was an experiment in “duration” – the reader’s. It is comprised of two stories, one set in 15th-century Italy, which we might call A; and the other in modern-day Britain, B. Two editions of this novel exist: in one, the order runs AB; in the other, BA. The reader can, if she has the inclination, read the novel in both orders, one after the other. However, owing to the ineluctable conditions of linearity, we can only experience the novel for the first time in one order or another, AB or BA. This seems to be very much the point.
Autumn begins in a wild region of no-time, as Daniel Gluck dreams that he is young again, or dead: “He must be dead, he is surely dead, because his body looks different from the last time he looked down at it, it looks better, it looks rather good as bodies go … But pure joy! He’d forgotten what it feels like, to feel.” He feels stripped of all the “rotting rot … till everything is light as a cloud”. Yet he understands that this state of pure being will not last, and, abruptly, we return to quotidian reality, where everyone is defined by numbers and fixed categories:
It is a Wednesday, just past midsummer. Elisabeth Demand – 32 years old, no-fixed-hours casual contract junior lecturer at a university in London, living the dream, her mother says, and she is, if the dream means having no job security and almost everything being too expensive to do … has gone to the main Post Office in the town nearest the village her mother now lives in.
Elisabeth is defiantly reading Brave New World and waiting to apply for a new passport. The clock has stalled; miserable people queue alongside her, staring into space. “COMMUNITY, IDENTITY, STABILITY”, thinks Elisabeth, citing Huxley. Inevitably, when she reaches the front of the queue, her application is rejected. Her photograph is “the wrong size”, the man says. “He writes in a box … HEAD INCORRECT SIZE.” Then, he “folds the Check & Send receipt and tucks it into the envelope Elisabeth gave him with the form … He hands it back to her across the divide. She sees terrible despondency in his eyes. He sees her see it. He hardens even more.”
Abandoning her doomed endeavour, Elisabeth goes to the Maltings Care Providers plc to see Gluck who, we discover, has been a close friend since she was a child. He is now 101 years old, and spends his days in “the increased sleep period” that “happens when people are close to death”. “His eyes are closed and watery. There’s a long time between each breath in and out. In that long time there’s no breathing at all, so that every time he breathes out there’s the possibility that he might not breathe in again.”
In a series of flashbacks, we discover how Elisabeth and Daniel first met, in 1993, when she was a child of eight and he was a venerable and intriguing neighbour. At the time, Daniel collected “arty art”, including the work of real-life artist Pauline Boty. A founding figure in British pop art, Boty created subversive, witty paintings and collages until her premature death in 1966. She recurs through the novel, as a symbol of all those who are “Ignored. Lost. Rediscovered years later. Then ignored. Lost. Rediscovered again years later. Then ignored. Lost. Rediscovered ad infinitum.” Always, Smith’s characters must rebel against other people’s mantras about the world, their certainties. As a child, Elisabeth disobeyed her mother’s injunction to stay away from Daniel. Boty refused to succumb to drab conventions about what artists who happen to be women might do.
In the uneasy present of Smith’s novel, the EU referendum has just occurred and Britain is full of “people saying stuff to each other and none of it actually becoming dialogue”:
All across the country, there was misery and rejoicing. All across the country, what had happened whipped about by itself as if a live electric wire had snapped off a pylon in a storm and was whipping about in the air above the trees, the roofs, the traffic. All across the country, people felt it was the wrong thing. All across the country, people felt it was the right thing. All across the country, people felt they’d really lost. All across the country, people felt they’d really won.
The atmosphere is sullen: “The whole city’s in a storm at sea and that’s just the beginning.” Daniel sleeps through the turmoil, like Rip Van Winkle, dreaming of life and youth. Elisabeth imagines parallel realities, beyond all the contemporary vitriol, where Daniel is awake. In a flashback, Daniel says to Elisabeth: “The rain falls. The wind blows. The seasons pass … and the leaves from all the trees round about fall … and when the costumes have rotted away or been eaten clean by creatures happy to have the sustenance, there’s nothing left of them, the pantomime innocents or the man with the gun, but bones in grass, bones in flowers, the leafy branches of the ash tree above them. Which is what, in the end, is left of us all, whether we carry a gun while we’re here or we don’t. So. While we’re here. I mean, while we’re still here.”
If time demolishes all things, then does the febrile, forlorn present matter anyway? Does anything matter – Elisabeth’s friendship with Daniel, Boty’s lost art, or the sorrowful bureaucrat in the post office? I think Smith is writing about finitude, and how life is fleeting, extraordinary and improbable, and yet unique mortals are trammelled by external edicts, forced to spend their time earning minimal wages, measuring passport photographs with a ruler.
In her memory-scapes and dreamworlds, Smith reveals the buried longings of her characters; their agony, their hopeful eagerness, their fear of death. At one point, she imagines “all the things from the past … like a huge national orchestra biding its time … all the objects holding still and silent till the shops empty of people … Then, when darkness falls, the symphony … The symphony of the sold and the discarded. The symphony of all the lives that had these things in them once. The symphony of worth and worthlessness.” Autumn is a beautiful, poignant symphony of memories, dreams and transient realities; the “endless sad fragility” of mortal lives.

20180317 - de acht bergen

Paolo Cognetti

DWDD Boek van de Maand - september 2017

Pietro is een stadsjongen uit Milaan. Zijn vader is scheikundige, en gefrustreerd door zijn werk in een fabriek. Zijn ouders delen een liefde voor de bergen, dat is waar ze elkaar ontmoetten, waar ze verliefd werden en waar ze trouwden in een kerkje aan de voet van de berg. Door deze gedeelde passie kan hun relatie voortbestaan, zelfs wanneer tragische gebeurtenissen plaatsvinden. Het stadsleven vervult hun vaak met gevoelens van spijt dat ze niet voor een ander leven hebben gekozen. Dan ontdekken ze een dorpje in het Noord-Italiaanse Valle d'Aosta waar het gezin vanaf dat moment iedere zomer zal doorbrengen. De elfjarige Pietro raakt er bevriend met de even oude Bruno, die voor de koeien zorgt. Hun zomers vullen zich met eindeloze wandelingen door de bergen en zoektochten door verlaten huizen en oude molens en er bloeit een ogenschijnlijk onverwoestbare vriendschap op.



“Schrijven is voor mij als fotograferen.”

Door: Jacandra
18-09-2017
De Italiaanse auteur Paolo Cognetti schreef met zijn roman De acht bergen een ontroerend mooi verhaal over de vriendschap tussen twee jongens, Pietro en Bruno. De jongens hebben een heel verschillende achtergrond maar delen hun zomers, al spelend, werkend en wandelend, in de bergen van Noord-Italië. Als volwassen mannen delen ze hun zoektocht naar geluk, ieder op hun eigen manier. Pietro is een ‘wereldreiziger’ en Bruno verlaat nooit de berg van zijn (en Pietro’s) jeugd. Jacandra van den Broek van Lees Magazine had een gesprek met de auteur over vriendschap, eenzaamheid en onze plek in het universum.
Je roman De acht bergen is erg succesvol. De buitenlandse rechten waren al aan meer dan dertig landen verkocht voordat het boek verscheen en het werd bekroond met de prestigieuze Premio Strega Prijs. Hoe is het om zo’n succes te hebben?Ik ben vooral heel blij dat ik nu de vrijheid heb om mijn boeken te schrijven en mijn werk te doen zonder me zorgen te hoeven maken over geld. Hiervoor moest ik altijd ander werk ernaast doen, zoals lesgeven, in de horeca werken en documentaires maken. Ik begon met schrijven toen ik achttien jaar oud was en heb zeven eerdere boeken geschreven, waaronder een roman, verhalenbundel, reisboeken. En ook een boek over schrijven. Dit is voor het eerst in mijn leven dat ik fulltime schrijver kan zijn, iets wat een onmogelijke droom leek toen ik achttien was. Hoewel ik het laatste jaar dan weer vooral veel gereisd heb om over mijn boek te praten. En net als veel andere schrijvers geef ik eigenlijk de voorkeur aan schrijven boven praten.
Zou een deel van het succes van deze roman verklaard kunnen worden doordat het verhaal een nostalgisch gevoel oproept van ‘going back to nature’? En hoe vermijd je als auteur dan dat de lezer de bergen alleen maar romantiseert en als een clichétegenhanger van de stad ziet? Er is in onze maatschappij wel zo’n nostalgie gaande waarbij de natuur verheerlijkt wordt. Misschien draagt dat inderdaad bij aan de populariteit van mijn boek, ik weet het niet. Er zit denk ik ook iets universeels in Bruno’s gevoelens voor de bergen, zodat men die bij wijze van spreken in China net zo goed kan begrijpen als in Italië. Ik heb wel geprobeerd om het cliché te vermijden. Ik heb het in het boek om die reden niet over ‘natuur’, want zoals Bruno zegt is dat een nietszeggende, vage term. Ik noem het, net als Bruno, de bergen, de rivier, de bossen, het meer, allemaal dingen die een concreet beeld oproepen en die je om je heen ziet als je er middenin staat. Dingen die je misschien niet ziet als je vanuit de stad met een romantische bril op aan de bergen denkt. Voor mij is het geen cliché want ik woon daar zelf, het is mijn leven.
Dat is ook zichtbaar in je beschrijvingen, die van binnenuit zijn geschreven. Wie waren je literaire voorbeelden? Mijn grote voorbeeld is de Italiaanse schrijver Mario Rigoni Stern, die vele romans heeft geschreven over de bergen. Andere leermeesters voor mij zijn Amerikaanse auteurs, zoals Jack London, Ernest Hemingway en Mark Twain, want in Italië hebben we geen grote traditie in landschapsfictie, we hebben een grote stadse literatuurtraditie. Als hoofdpersoon Pietro de bergen voor de eerste keer ziet, denkt hij ook aan Mark Twains Mississippi en Jack Londons Alaska.
"Ik hou er van om alleen te zijn, terwijl ik er tegelijkertijd bang voor ben om té alleen te zijn."
Een andere verklaring voor het succes kan misschien gevonden worden in het feit dat de roman gaat over een vriendschap tussen twee mannen. Het is daarmee een tegenhanger van de succesvolle boeken over vrouwenvriendschappen zoals die van Elena Ferrante.Je kunt zeggen dat er behoefte is aan authentieke relaties in de literatuur en mijn roman is een verhaal over een grootse vriendschap. Het thema van vriendschap was eigenlijk een beetje een vergeten onderwerp geworden in onze literatuur, we schrijven veel over familie, bijvoorbeeld liefdesrelaties en relaties tussen ouder en kind. Maar vriendschap was vergeten geraakt terwijl het een belangrijk thema was in onze klassieke literatuur. Ikzelf geef sterk de voorkeur aan vriendschap boven familie in mijn leven. Misschien juist wel omdat in Italië een groot familiegevoel de norm is. Ik krijg het nogal benauwd van familie, terwijl vriendschap me een gevoel van vrijheid geeft. En mannenvriendschappen zijn erg belangrijk voor mij. Ik heb vriendschappen nodig om me ergens geworteld en thuis te voelen.
Wil dat zeggen dat de vriendschap tussen Pietro en Bruno gebaseerd is op je eigen ervaringen met vriendschap? Wat maakt hun vriendschap zo bijzonder?Dat klopt. Hun levens zijn compleet tegenovergesteld aan elkaar, maar hun karakters zijn nagenoeg hetzelfde. Soms lijken ze wel één en dezelfde persoon te zijn. Het zijn allebei heel gevoelige jongens en ze begrijpen elkaar zonder te praten. Maar hun lot verschilt, omdat ze op een andere plaats geboren zijn: de een is een stadsjongen en de ander een jongen van de bergen, de een krijgt daardoor wel onderwijs, de ander niet. Daar hebben ze niet voor gekozen maar het bepaalt wel dat de één een reiziger is en de ander altijd op dezelfde plaats blijft.
Hun verhaal deed me soms ook aan Brokeback Mountain van Annie Proulx denken. Is er misschien ook sprake van andere gevoelens dan vriendschap tussen Pietro en Bruno?Grappig dat je dat zegt, ik hou erg van Brokeback Mountain en ik heb mijn verhaal geschreven met het idee dat Pietro verliefd zou kunnen zijn op Bruno. Er zijn scénes waarin ze lichamelijk contact hebben, zoals toen ze als jongens in bed lagen, of samen op de motor zaten. Pietro zegt dan ook dat hij gelukkig is. Dus misschien is Pietro’s geheim zijn liefde voor Bruno, maar ik weet het niet zeker. Ik laat het graag aan de verbeelding van de lezer over.
Welke karaktertrekken of eigenschappen van jezelf kunnen we in Pietro en Bruno terugvinden?Ik ben verlegen, hoewel in het verleden meer dan nu. Ik hou er van om alleen te zijn, terwijl ik er tegelijkertijd bang voor ben om té alleen te zijn. Mijn verhouding tot eenzaamheid is gecompliceerd omdat het me enerzijds aantrekt en anderzijds angst aanjaagt. Beide personages hebben dat aspect in zich. Pietro zegt in het verhaal ook dat eenzaamheid iets positiefs maar tegelijkertijd iets negatiefs heeft. Alleen zijn is ook iets dat je moet ‘leren’ en telkens als je een tijdje onder vrienden bent geweest, moet je er weer opnieuw aan wennen.
Eenzaamheid is een belangrijk thema in het verhaal. Is het in dat verband een bewuste keuze om geen moderne communicatiemiddelen in het verhaal te laten voorkomen?Enerzijds heb ik de mobiele telefoons om esthetische redenen uit het boek gelaten. Het geeft een mooier, opgeruimder beeld. Anderzijds is het ook een statement over dat thema. Ik denk dat we tegenwoordig te angstig zijn voor eenzaamheid. Mensen zijn geobsedeerd door communicatie. Mensen van mijn leeftijd en jonger denken dat ze niet kunnen leven zonder hun telefoon en internetconnectie, zelfs niet voor een paar dagen. Maar volgens mij is het belangrijk om juist wel een tijdje alleen met jezelf te kunnen zijn. Het vraagt om een ander soort concentratie. Het doet me pijn aan het hart om te zien dat we onze relatie met eenzaamheid aan het kwijt raken zijn.
Is dat ook de reden waarom je Pietro en Bruno tot zulke grote literatuurliefhebbers hebt gemaakt? Lezen vraagt ook om een bepaalde concentratie.Ja, dat klopt. Ze zijn grote lezers inderdaad, met name van literaire romans. Dat is trouwens nog een eigenschap van mezelf die ik in mijn personages heb gestopt.
Als Pietro in Nepal is, vertelt een man hem over de acht bergen die de grote berg in het midden van de cirkel, Sumeru, omringen en samen de wereld representeren. Sommige mensen reizen langs de acht bergen, zoals Pietro, en andere mensen klimmen naar de top van Sumeru, zoals Bruno. Daarop vraagt de man “Wie zal er meer geleerd hebben, hij die langs de acht bergen gereisd is of hij die de top van Sumeru bereikt heeft?”. Wie denk jij dat het meeste leert?Het is een open vraag in het boek. Het is een vraag zonder antwoord, denk ik. Ik probeer te reflecteren op het verschil, zonder naar een antwoord te zoeken. Sommige mensen komen tot een bewustwording of vinden rust in het een of het ander. Anderen realiseren zich dat ze iets van beide in zich hebben waarbij een deel in hen de berg Sumeru wil beklimmen, op één plek blijven, terwijl een ander deel in hen juist de acht bergen, de wereld, wil bereizen. Ik zelf behoor daar ook toe. Ik denk dat het ook niet goed is om alleen voor één manier te kiezen. Dat is ook waarom Bruno met bewondering naar Pietro kijkt en Pietro andersom ook naar Bruno. Ze hebben beiden op hun eigen manier veel geleerd. Ik lijk op het eerste gezicht misschien meer op Pietro maar ik heb zelf ook mijn berg Sumeru gevonden in een klein dorpje in de bergen. Ik ben daar nu ook belangrijke projecten begonnen zoals een literatuur- en kunstfestival en andere culturele evenementen. Dus misschien stop ik nu wel met reizen en begin ik aan de klim naar de top van mijn berg Sumeru.
Ben je zelf ook een bergbeklimmer in de letterlijke zin?Ik heb als kind wel veel in de Alpen gewandeld en bergen beklommen, maar toen was ik nog erg jong. En net als Pietro had ik veel last van hoogteziekte. Nu geef ik net als hij de voorkeur aan een berghoogte van de middencategorie. Maar ik ben ook graag in steden, zoals hier in Amsterdam, vanwege hun schoonheid. En om mensen van heel verschillende pluimage te ontmoeten, want dat mis ik soms in de bergen.
Is het voor jou als schrijver noodzakelijk om de plaatsen waarover je schrijft te kennen?Ja, het is voor mij heel belangrijk om naar die plaatsen toe te gaan en ze met mijn eigen ogen te aanschouwen. Schrijven is voor mij in zekere zin als fotograferen.
Romans als deze confronteren je als lezer met je eigen (onbeduidende) plaats in het universum. Is dat een onderwerp dat je bezighoudt?Ja, je plek vinden in de wereld heeft me altijd beziggehouden. Je hebt mensen die sinds hun geboorte weten waar ze thuishoren. Maar ik ben het soort mens voor wie dat een zoektocht was. Ik denk dat ik die plek nu gevonden heb. Het is een plek waar je het gevoel hebt dat je kunt groeien en waar je iets kunt opbouwen dat belangrijk voor je is. Ik heb jarenlang in de bergen gewoond zonder daar te wortelen, zonder iets op te bouwen. Op een dag ben ik daar mee begonnen en vond ik die plek.
We hebben De acht bergen gekozen als leesclubboek van de maand oktober hier bij Lees Magazine. Ben je bekend met het fenomeen van leesclubs?Wat een eer. Ja, als auteur ben ik wel bekend met leesclubs. Ik ben er ook heel dankbaar voor dat ze bestaan. In Italië hebben we te maken met een grote crisis in boekenland, misschien nog wel meer dan in andere landen. En leesclubs helpen auteurs om gelezen te worden. Dus ze zijn heel belangrijk.
De acht bergen is het boek dat in de maand oktober gelezen wordt door de leesclub.
Leent jouw boek zich er voor om in een leesclub te worden besproken of vind je het meer een boek dat tot contemplatie uitnodigt? Dat hangt van de persoonlijkheid van de lezer af, denk ik. Ikzelf ben meer iemand die niet graag praat over wat een boek bij mij losmaakt. Maar er zijn vast ook veel mensen die juist wel graag hun ervaringen met anderen delen. Mijn boek nodigt in ieder geval uit om na te denken, of te praten, over je eigen plek in de wereld, waar je thuishoort of welke ‘bergen’ je wil bereizen. En over hoe je je verhoudt tot eenzaamheid. Dat zijn onderwerpen waarover ik lezers graag zie praten, maar ze kunnen het natuurlijk ook hebben over de ouder-kind relaties en het onderwerp van vriendschap of de gevoelens tussen Bruno en Pietro.
Ben je al bezig aan een volgende roman? Ik zit nog in het denkproces. Om echt te beginnen aan het schrijfwerk moet ik eerst klaar zijn met het reizen en vertellen over dit boek. Daarvoor moet ik terug zijn op mijn berg, terug naar mijn normale leven, mijn boeken en de stilte. Ik wil mijn volgende boek laten gaan over een vrouw in de bergen, gebaseerd op het personage van Lara (de vrouw van Bruno), en andere personages uit mijn vroegere werk. Er zit iets krachtigs in de relatie die ik zag tussen sommige vrouwen die ik in de bergen heb leren kennen, en het idee van in vrijheid een nieuw leven beginnen. Daar wil ik graag een verhaal over schrijven. Maar daarvoor heb ik de stilte nodig.

20180316 - fancy bear

'Russische hackergroep Fancy Bear belaagt Europese regering'

De hackersgroep Fancy Bear, die in verband wordt gebracht met het Kremlin, heeft afgelopen week waarschijnlijk een Europese regering aangevallen.
De aanval werd ontdekt door Unit42, de onderzoekstak van beveiligingsbedrijf Palo Alto Networks. Het is niet bekend welk land of welke organisatie de hackersgroep precies heeft aangevallen.
De hackers verstuurden afgelopen maandag en woensdag mails. In de bijlage bevond zich een besmet Word-document, waarin de agenda van een defensiecongres stond.
Op de derde pagina stond een object dat probeerde schadelijke software te laden. Unit42 noemt de methode nieuw en "bijzonder slim": alleen mensen, dus potentiële slachtoffers, lezen door tot de derde pagina. Daardoor werd de schadelijke software niet door de automatische detectiesystemen van beveiligers herkend.
Het is niet bekend hoeveel mensen de bijlage hebben geopend, hoe vaak de schadelijke software is gedownload en wat de hackers hebben buitgemaakt.

Fancy Bear

Onderzoeksgroep Unit42 schrijft de aanval toe aan Fancy Bear, een hackersgroep die ook wel Pawn Storm of APT28 wordt genoemd.
Deze hackers worden verantwoordelijk gehouden voor digitale aanvallen op westerse doelen, zoals de Amerikaanse Democratische partij, de NAVO, het Witte Huis, het wereldantidopingagentschap en de Onderzoeksraad voor Veiligheid, die de ramp met vlucht MH17 onderzoekt.
Dat zijn allemaal organisaties waar Rusland grote moeite mee heeft. Mede daarom wordt de hackersgroep in verband gebracht met het Kremlin.
Door: ANP/NU.nl

20180314 - Steven Hawking

Brief Biography

Picture
Professor Stephen William Hawking was born on 8th January 1942 (exactly 300 years after the death of Galileo) in Oxford, England. His parents' house was in north London but during the second world war Oxford was considered a safer place to have babies. When he was eight his family moved to St. Albans, a town about 20 miles north of London. At the age of eleven, Stephen went to St. Albans School and then on to University College, Oxford (1952); his father's old college. Stephen wanted to study mathematics although his father would have preferred medicine. Mathematics was not available at University College, so he pursued physics instead. After three years and not very much work, he was awarded a first class honours degree in natural science.

In October 1962, Stephen arrived at the Department of Applied Mathematics and Theoretical Physics (DAMTP) at the University of Cambridge to do research in cosmology, there being no-one working in that area in Oxford at the time. His supervisor was Dennis Sciama, although he had hoped to get Fred Hoyle who was working in Cambridge. After gaining his PhD (1965) with his thesis titled 'Properties of Expanding Universes', he became, first, a research fellow (1965) then Fellow for Distinction in Science (1969) at Gonville & Caius college. In 1966 he won the Adams Prize for his essay 'Singularities and the Geometry of Space-time'. Stephen moved to the Institute of Astronomy (1968), later moving back to DAMTP (1973), employed as a research assistant, and published his first academic book, The Large Scale Structure of Space-Time, with George Ellis. During the next few years, Stephen was elected a Fellow of the Royal Society (1974) and Sherman Fairchild Distinguished Scholar at the California Institute of Technology (1974). He became a Reader in Gravitational Physics at DAMTP (1975), progressing to Professor of Gravitational Physics (1977). He then held the position of Lucasian Professor of Mathematics (1979-2009). The chair was founded in 1663 with money left in the will of the Reverend Henry Lucas who had been the Member of Parliament for the University. It was first held by Isaac Barrow and then in 1669 by Isaac Newton.  Stephen is currently the Dennis Stanton Avery and Sally Tsui Wong-Avery Director of Research at DAMTP.

Professor Stephen Hawking has worked on the basic laws which govern the universe. With Roger Penrose he showed that Einstein's general theory of relativity implied space and time would have a beginning in the Big Bang and an end in black holes (1970). These results indicated that it was necessary to unify general relativity with quantum theory, the other great scientific development of the first half of the 20th century. One consequence of such a unification that he discovered was that black holes should not be completely black, but rather should emit 'Hawking' radiation and eventually evaporate and disappear (1974). Another conjecture is that the universe has no edge or boundary in imaginary time. This would imply that the way the universe began was completely determined by the laws of science. Recently Stephen has been working with colleagues on a possible resolution to the black hole information paradox, where debate centres around the conservation of information.

His many publications include The Large Scale Structure of Spacetime with G F R Ellis, General Relativity: An Einstein Centenary Survey, with W Israel, and 300 Years of Gravitation, with W Israel. Among the popular books Stephen Hawking has published are his best seller A Brief History of Time, Black Holes and Baby Universes and Other Essays, The Universe in a Nutshell, The Grand Design and My Brief History.

Professor Stephen Hawking has thirteen honorary degrees. He was awarded CBE (1982), Companion of Honour (1989) and the Presidential Medal of Freedom (2009). He is the recipient of many awards, medals and prizes, most notably the Fundamental Physics prize (2013), Copley Medal (2006) and the Wolf Foundation prize (1988). He is a Fellow of the Royal Society and a member of the US National Academy of Sciences and the Pontifical Academy of Sciences.

In 1963 Stephen was diagnosed with ALS, a form of Motor Neurone Disease, shortly after his 21st birthday. In spite of being wheelchair-bound and dependent on a computerised voice system for communication Stephen continues to combine family life (he has three children and three grandchildren) with his research into theoretical physics, in addition to an extensive programme of travel and public lectures. He still hopes to make it into space one day.
 
 
 http://www.hawking.org.uk/about-stephen.html

vrijdag 16 maart 2018

20180316 - boek schrijven

Veel mensen schrijven boeken, maar 'niet iedereen is de nieuwe Herman Koch'

Boeken van vloggers, BN'ers maar ook amateurs: veel mensen brengen hun eigen boek uit. De Boekenweek is een mooie gelegenheid om te kijken waar deze drang vandaan komt en waarom zoveel aspirant-schrijvers denken het in zich te hebben om een bestseller te produceren.
Gordon, Monica Geuze, Anna Nooshin, het zijn maar een paar namen in het rijtje van meer of minder bekende Nederlanders die geen professioneel schrijver zijn, maar wel recent een boek hebben uitgebracht. BN'ers weten hun boek dankzij hun naamsbekendheid vaak wel aan de man te brengen, maar zonder die bekendheid is dat een stuk lastiger.
Precieze cijfers over het aantal "amateurboeken" dat wordt uitgegeven, zijn er niet. Wel is duidelijk dat de oplages van deze boeken zeer klein zijn: de helft van de boekenomzet in 2017 is afkomstig van de verkoop van 2 procent van alle beschikbare titels, blijkt uit cijfers van de KVB Boekwerk Monitor. Dat betekent dat de andere helft van de verkochte boeken bestaat uit de overige 98 procent.
In het genre fictie is zelfs maar 0,8 procent van alle boeken verantwoordelijk voor de helft van de verkoop. 16 procent van de boekenomzet in 2017 bestond uit boeken die staan in de top 100 van bestverkochte boeken in dat jaar. 

'Enorme groei'

Ondanks dat de kans op een bestseller dus klein is, is er een flink aantal mensen dat besluit een eigen boek te schrijven en schrijfcoach Maarten Beernink verwacht dat nog meer mensen dit willen gaan doen. Beernink werkt bij Het Boekenschap, een organisatie die Nederlandse en Vlaamse auteurs helpt bij het uitgeven van boeken in eigen beheer.
"Ik blijf een enorme groei zien. Per maand hebben we zo'n tienduizend bezoekers op onze website." Niet al die mensen zullen ook daadwerkelijk een boek schrijven, maar de cijfers bewijzen wel dat veel mensen erover nadenken. Karakter Uitgevers, uitgever van onder meer het boek van Michelle Obama, zegt ongeveer twintig manuscripten per maand te ontvangen. Daarvan worden er ongeveer vijf uitgegeven. Meulenhoff, uitgever van de boeken van onder meer Roald Dahl, krijgt tussen de 125 en 150 manuscripten op maandelijkse basis. "Slechts een fractie daarvan maakt een serieuze kans." 
“Elke schrijver heeft de hoop om veel lezers met zijn boek te bereiken. Maar die hoop is niet voor iedereen reëel”
Frank Noë
Frank Noë, hoofdredacteur van Schrijven Magazine en Schrijven Online, zegt dat er in Nederland ongeveer een miljoen creatief schrijvers zijn, zo werd berekend door het Sociaal Cultureel Planbureau. Zijn platform wordt door een groot deel van deze groep bezocht, zo'n 110.000 bezoekers per maand, waarvan ongeveer twee derde vrouw is. Die mensen zullen niet allemaal een eigen boek willen uitgeven, maar er zitten ook ambitieuze schrijvers tussen, zegt Noë. "Elke schrijver heeft de hoop om veel lezers met zijn boek te bereiken. Maar die hoop is niet voor iedereen reëel, niet iedereen heeft het in zich om de nieuwe Herman Koch te worden."   
"Er vindt een omgekeerde beweging plaats", vertelt Beernink. "Het boekenvak heeft op een gegeven moment plaatsgemaakt voor nieuwe vormen van media. Veel bloggers en vloggers uit die media grijpen weer terug op het eeuwenoude medium." Daarvoor is een duidelijke verklaring, zegt Beernink. "Mensen luisteren minder goed, maar aan de andere kant vertellen mensen wel makkelijker. Schrijven is ook een manier van vertellen, en past in de trend waarin we alles delen en onszelf aan de wereld laten zien."

IJdelheid

Er lijkt dus een toename te zijn in het aantal amateurschrijvers. Maar waarom denken zo veel mensen een boek te kunnen schrijven? "Het is misschien een soort ijdelheid van mensen, ze denken dat er veel lezers zijn die op hun boek zitten te wachten. Of ze willen er hun gedachtegoed mee vastleggen voor het nageslacht. Ze zijn er al jaren mee bezig en hebben er hun bezieling in gelegd."
Volgens Noë schrijven jongere auteurs vooral in de genres young adult en fantasy en pent de oudere generatie veel levensverhalen neer. Bij Het Boekenschap worden volgens Beernink vooral boeken gemaakt over persoonlijke ontwikkeling. Ook how-to-boeken, waarin mensen bijvoorbeeld vertellen over hun eigen vak, worden vaak geschreven. "De kwaliteit van de boeken verschilt enorm", vertelt hij. "Een grote groep blijft hangen in het amateurisme."
Dat kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door onzekerheid, waardoor ze niet genoeg doen aan promotie. "Ze denken dan: wie zit er op mijn boek te wachten? Of ze zien hun boek als hun kindje. Ze durven hun boek niet los te laten en zijn er jaren mee bezig."
Maar vervolgens is de kans klein dat het boek een succes wordt. "Een boek schrijven en de promotie zijn twee verschillende dingen", legt Beernink uit. "Amateurschrijvers hebben vaak geen geld voor een goede promotie."
Dit in tegenstelling tot boeken van BN'ers, vloggers en andere sociale media-persoonlijkheden. Dat juist hun boeken als warme broodjes over de toonbank vliegen, is volgens Beernink niet zo verrassend. "Deze mensen hebben hun doelgroep al bereikt via hun volgers en kunnen hun boek ook makkelijk promoten via hun mediakanalen."

Googlebaar

Vaak weet hij bij het eerste contact met een schrijver al of die promotie succesvol wordt. "Ten eerste kijk ik naar de naam: is die googlebaar? Een naam als Jan Jansen zal er niet gelijk uitspringen bij de zoekresultaten. Dat geldt ook voor de boektitel, die moet uniek zijn." Omdat een boek ook vaak wordt gekocht vanwege een aantrekkelijke cover, raadt Beernink aan om in elk geval geld te investeren in het ontwerp van de voorkant.
Ook de inhoud van een boek, zowel non-fictie als fictie, moet volgens Beernink uniek zijn. "Dat wordt vaak onderschat. Een boek moet zo in elkaar zitten, dat alleen jij 'm geschreven kunt hebben." Hij geeft een voorbeeld van een schrijvende arts die ook zanger is. "Durf jezelf te laten zien en laat zien wat je uniek maakt."
“Een boek is een verlengstuk van jezelf en kan deuren voor je openen”
Maarten Beernink, schrijfcoach
Een valkuil hierbij is wel, stelt Beernink, dat mensen hun verhaal zo willen vormgeven dat veel mensen het leuk zullen vinden, waardoor juist dat "unieke" aspect verloren gaat. Noë zegt dat mensen vaak "te snel denken dat ze er al zijn". "Na je eerste versie moet je nog een hoop schaven, maar veel schrijvers denken dat dat niet voor hen geldt." 
Probeer daarom tijd te steken in het schrijven, adviseren zowel Noë als Beernink. "Blijf schaven", zegt Noë. "En laat de tekst lezen aan een onbevangen buitenstaander. Een partner is niet per se de beste adviesgever."

Ontspannend

De tijd nemen voor het schrijfproces kan zeker geen kwaad, aangezien schrijven tegelijkertijd ook een zeer ontspannende bezigheid is. "Mensen vinden rust in het schrijven, het is ontspannend", zegt Beernink. "Je ontsnapt er even mee uit de werkelijkheid."   
"Een boek is een verlengstuk van jezelf en kan deuren voor je openen", vertelt Beernink. "Een boek kun je ook aanbieden aan iemand die je anders niet snel bereikt, bijvoorbeeld een bekende Nederlander, die je boek weer bekendheid kan geven."

Schrijtips

  • Voldoende tijd nemen
  • Talloze keren opnieuw lezen
  • Indien nodig bijschaven
  • Promotie is belangrijk
Het aantal mensen dat kan leven van schrijven in Nederland, is maar klein. "Als je bij een reguliere uitgeverij zit, krijgt je zo'n 10 tot 15 procent van de netto boekprijs per verkocht exemplaar", legt Noë uit. Maar een boek uitgeven in eigen beheer levert meer op. "Dan loopt dat percentage op tot 70 procent." Nadeel is dat de schrijver wel meer moet investeren in zijn boek, omdat bijvoorbeeld een coverontwerp en eindredacteur voor eigen rekening zijn. 
"Rijk word je niet van het uitbrengen van een boek, maar het verrijkt wel je geest."